Loslaten … ook in het verkeer?

fietsHaar paardenstaart wappert in de wind. Ze kijkt nog even om, gebaart dat ik weg moet gaan. Maar ik wil zien dat ze veilig de drukke weg oversteekt. En daar gaat ze. Voor het eerst alleen op de fiets naar school. Haar fiets wordt een klein rood stipje en verdwijnt de bocht om. Ik zucht. Nog eens. En ga naar binnen. Waar jongste dochter mijn aandacht opeist. We tekenen samen. Hoor ik nu een ambulance? “Stil eens!” Zoonlief zet het geluid van zijn tablet uit. “Wat is er mam?” Ik aai hem over zijn bol. “Niks, mama is gewoon een beetje ongerust.” Natuurlijk hoorde ik geen ambulance. Of misschien wel, maar zit mijn stoere 9-jarige dochter al lang en breed veilig in de klas. Opvoeden is loslaten hoor ik vaak, maar moet dat nou ook echt in het verkeer? Mijn verstand zegt van wel. Eerst kleine stukjes om te oefenen. Mijn hand veilig in haar nek. En nu iets verder, zonder mij, de drukke weg over naar school. Ze krijgt verkeersles op school, is goed voorbereid. Het is ook handiger, probeer ik mezelf wijs te maken. Zo hoef ik op vrijdagmiddag de jongste twee niet meer mee te slepen om grote zus weg te brengen en op te halen. En een kind in groep 6 is toch ook wel oud genoeg om alleen naar school te gaan. Denk ik. Hoop ik. Maar het voelt niet goed. Net als de eerst keer naar het kinderdagverblijf, de eerste keer alleen spelen bij een vriendinnetje, de eerste keer logeren, het levert mij buikpijn op. Die de tweede keer al minder is, de derde keer bijna weg. En net als ik gewend ben aan het idee van mijn dochter alleen op de fiets in het verkeer, hoor ik op het schoolplein een opa klagen. “Het is zo jammer dat ze geen praktijkexamen meer krijgen, alleen nog maar theorie.” Dit gaat over de verkeerslessen! Geen praktijk meer. Die moet ze zelf maar onder de knie krijgen. En ik hoor in de verte alweer een ambulance…

Wat vind jij, vanaf welke leeftijd kun je een kind alleen loslaten in het verkeer?

Advertenties

Hoe hou je het leuk aan tafel?

‘Blijf je even zitten?’ ‘Zit nou niet zo te spelen met je eten!’ ‘Nee, je mag nog niet van tafel!’ ‘Doe nou geen boontjes in je drinken, dat is vies.’ Herkenbaar? Soms voel ik me zo’n zeurmoeder tijdens het avondeten. Maar alles helemaal loslaten en iedereen maar z’n gang laten gaan druist ook tegen mijn gevoel in. Als mijn man er is, loopt het meestal wel vanzelf. We praten wat, hij neemt de helft van het ‘zeuren’voor zijn rekening en de sfeer is goed. Alleen is hij er niet altijd, doordat hij in ploegen werkt. Dan draai ik die avondspits alleen en wil ik na mijn werk en het eten in elkaar gedraaid te hebben, het gewoon gezellig hebben aan tafel. En dus niet de zeurmoeder uithangen.
tafelkletsIk kwam het boekje ‘tafelklets ‘ tegen. Nu is ‘slaapklets’ van dezelfde uitgever bij mijn oudste een groot succes, dus mijn verwachtingen waren hoog. ‘He mam, je mag niet lezen aan tafel!’ Klopt, maar hiervoor maken we een uitzondering.

De eerste keer is het even wennen, en ook even strijden over wie welke kleur heeft. Iedereen aan tafel heeft zijn eigen kleur en zo zie je wie wat heeft ingevuld. Het lijkt mij wel handig als ik het schrijfwerk doe. Daar is mijn kroost het uiteraard niet mee eens, maar na enig onderhandelen kan de pret dan beginnen.

tafelklets3

We mogen een aantal sterren voor de maaltijd geven. Ik vrees dat ik keihard word neergesabeld als kok, maar mijn kinderen zijn mild in hun beoordeling. Met tafelklets  wordt het eten niet lekkerder, maar het wordt wel gezelliger aan tafel. De vragen en opdrachten zijn leuk en origineel. Het kost weinig tijd om in te vullen, dus ook als er nog balletlessen na het eten op het programma staan is het haalbaar. Soms praten we langer door over de opdrachten en vragen. Soms is het alleen even invullen. Ik vind het leuk om te zien hoe de smaak van mijn kids verschilt. De ene keer zijn de sperzieboontjes van zoonlief niet meer waard dan een 2 en een andere keer een dikke 8. Ook wel logisch, soms komen ze uit een potje en soms vers van de groenteman. De sfeer is weer goed, ook als papa er niet is. Dus ligt tafelklets vanaf nu standaard bij ons op tafel.

tafelklets2

‘Vieze’ cupcakes

cakes ‘Wat eet jij nou?’ Mijn jongste dochter kijkt me wantrouwend aan. Haar mond valt open van verbazing. Ziet ze nu echt haar moeder een cupcake als ontbijt eten? Ik leg haar snel uit dat dit een gezonde cake is, die zij vast niet lekker vindt. Ze vertrouwt het niet. Dus mag ze een hap proeven. ‘Ieuw! Dat is geen echte cake!’ Dat zei ik toch… Zelf kan ik er wel van genieten, de havermoutmuffins die ik volgens het voedselzandloperprincipe heb gebakken. Maar het liefst vers en warm. Na twee dagen is het eigenlijk niet meer te pruimen. Gezond of niet. Dan pak ik toch maar liever een warm havermoutpapje. Inmiddels heb ik de juiste verhoudingen onder de knie en smaakt het goed. Ik begin er lol in te krijgen, dat gezonde gedoe met de Voedselzandloper. Vooral ook omdat de weegschaal laat zien dat het werkt. De teller staat op -6,5 kilo, na een kleine maand. Dus ik ga vrolijk verder. Bak boekweitpannekoekjes alsof ik nooit wat anders heb gedaan. Slacht een pompoen en maak er liters heerlijke pittige soep van. Wist ik tot voor kort niet van het bestaan van Quinoa af, nu wil ik niets anders meer als basis voor een gezonde salade. Op zaterdag, patatdag, kies ik zelfs voor een restje salade in plaats van friet. Gewoon omdat ik daar meer zin in heb. De knapperige maiscrackers zijn inmiddels door oudste dochter in beslag genomen. Ze wil ze mee naar school als pauzehap. ‘Maar niet met die stinkkaas van jou erop!’ Ik ben tevreden met mijn nieuwe gezonde levensstijl en als mijn kinderen daar ook nog wat van mee krijgen is dat mooi meegenomen. ‘Voor mijn verjaardag wil ik gewone cupcakes hoor mama, niet die ‘vieze’ van jou!’ Wordt geregeld, het moet ook wel leuk blijven. soep

Eeuwig op dieet

‘Jij bent ook eeuwig op dieet’ Een collega ziet mij achter mijn bureau een salade wegwerken. ‘Nou nee hoor, toen ik zwanger was niet!’ Maar ergens heeft hij wel gelijk. De afgelopen jaren heb ik tussen mijn drie zwangerschappen in, en daarna, verwoede pogingen gedaan een slankere versie van mezelf te bereiken. Tot nu toe met wisselend succes. Een echt dieet volgde ik nooit. Wel mijn gezonde verstand. Niet snoepen en snaaien en verschillende pogingen tot beweging. Ik schrijf pogingen, want echt lang houd ik het nooit vol in de sportschool. De aanschaf van een fiets bleek veel meer zin te hebben. Net als de komst van een hond binnen ons gezin. Ik wandel meer dan ik ooit heb gedaan, en dat was al best veel dankzij een ‘outdoor’ echtgenoot. Met het bewegen zit het dus wel snor. Nu nog het eten. Door minder te snoepen en snaaien viel ik 10 kilo af. Dat was hard nodig om weer gezond te kunnen bewegen. Ik blijf alleen steken op dat punt. Wel gezond, niet zo slank als ik zou willen. Al een jaar lang. En terwijl ik daar ontevreden over zit te mokken, zie ik in mijn tijdlijn op facebook en op twitter diverse aanhangers van het ‘ voedselzandloperdieet’ voorbij komen. Er is zelfs een facebookgroep waar recepten worden uitgewisseld. Als ik het boek dan ook nog eens in de supermarkt zie liggen, stop ik het impulsief in mijn mandje. Gezellig naast de Lays superchips die ik alleen in het weekend van mezelf mag nuttigen. En soms begint dat weekend al op donderdag. Maar dat terzijde. Ik sla het boek thuis open, blader wat, lees hier en daar wat en besluit meteen aan de slag te gaan. Het boek helemaal uitlezen komt nog wel. Ik begin met het ontbijt. Soyayoghurt in plaats van gewone yoghurt. Gruwelijk. Echt niet te doen. Dan maar ouderwetse havermout. Die je dan het beste met Soyamelk klaar kan maken, want gewone melk is lang niet zo gezond als ik altijd heb gedacht. Tenminste, als ik de schrijver van ‘De voedselzandloper’, Kris Verburgh, mag geloven. Alleen ligt de smaak van de soyayoghurt me nog iets te vers in mijn mond, dus kies ik voor geitenmelk. Ik ben gek op geitenkaas, dus opgewekt maak ik mijn gezonde ontbijtprutje. Geprakt banaantje erbij, wat blauwe bessen. De eerste twee happen gaan prima. Maar dan proef ik ineens geit. Ik worstel me door de rest. En ben de rest van de ochtend zo misselijk dat ik niet eens meer kan eten. Ook effectief wat caloriebeperking betreft. Maar liever niet iedere ochtend. Amandelmelk dan maar proberen? “Melk met een notensmaak, wat denk je nou zelf”, waarschuwt iemand me op twitter. Weer een ander zweert bij rijstmelk. En dat blijkt de gouden tip. Een heerlijk en gezond papje als ontbijt. Het begin is er. Nu de rest nog… To be continued…. Illustratie komt uit het boek de Voedselzandloper

voedselzandloper